Gebed om oordeel op grond van vroegere daden
10
Doe hun als Midian, als Sisera, als Jabin aan de beek Kison;
11
Die verdelgd zijn te Endor; zij zijn geworden tot drek der aarde.
12
Maak hen en hun prinsen als Oreb en als Zeeb, en al hun vorsten als Zebah en als Zalmuna;
13
Die zeiden: Laat ons de schone woningen Gods voor ons in erfelijke bezitting nemen.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein