Psalmen 72:1-11
1
Voor Salomo. O God! geef den koning Uw rechten, en Uw gerechtigheid den zoon des konings.
2
Zo zal hij Uw volk richten met gerechtigheid, en Uw ellendigen met recht.
3
De bergen zullen den volke vrede dragen, ook de heuvelen, met gerechtigheid.
4
Hij zal de ellendigen des volks richten; hij zal de kinderen des nooddruftigen verlossen, en den verdrukker verbrijzelen.
5
Zij zullen U vrezen, zolang de zon en maan zullen zijn, van geslacht tot geslacht.
6
Hij zal nederdalen als een regen op het nagras, als de druppelen, die de aarde bevochtigen.
7
In zijn dagen zal de rechtvaardige bloeien, en de veelheid van vrede, totdat de maan niet meer zij.
8
En hij zal heersen van de zee tot aan de zee, en van de rivier tot aan de einden der aarde.
9
De ingezetenen van dorre plaatsen zullen voor zijn aangezicht knielen, en zijn vijanden zullen het stof lekken.
10
De koningen van Tharsis en de eilanden zullen geschenken aanbrengen; de koningen van Scheba en Seba zullen vereringen toevoeren.
11
Ja, alle koningen zullen zich voor hem nederbuigen, alle heidenen zullen hem dienen.
Settings