Psalmen 69:8-10
8
Want om Uwentwil draag ik versmaadheid; schande heeft mijn aangezicht bedekt.
9
Ik ben mijn broederen vreemd geworden, en onbekend aan mijner moeders kinderen.
10
Want de ijver van Uw huis heeft mij verteerd; en de smaadheden dergenen, die U smaden, zijn op mij gevallen.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein