Skip to content
Psalmen 69:16-22

Psalmen 69:16-22

16
Laat de watervloed mij niet overstromen, en laat de diepte mij niet verslinden; en laat den put zijn mond over mij niet toesluiten.
17
Verhoor mij, o HEERE, want Uw goedertierenheid is goed; zie mij aan naar de grootheid Uwer barmhartigheden.
18
En verberg Uw aangezicht niet van Uw knecht, want mij is bange; haast U, verhoor mij.
19
Nader tot mijn ziel, bevrijd ze; verlos mij om mijner vijanden wil.
20
Gij weet mijn versmaadheid, en mijn schaamte, en mijn schande; al mijn benauwers zijn voor U.
21
De versmaadheid heeft mijn hart gebroken, en ik ben zeer zwak; en ik heb gewacht naar medelijden, maar er is geen; en naar vertroosters, maar heb ze niet gevonden.
22
Ja, zij hebben mij gal tot mijn spijs gegeven; en in mijn dorst hebben zij mij edik te drinken gegeven.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein