Skip to content
Psalmen 68:29-36

Psalmen 68:29-36

29
Uw God heeft uw sterkte geboden; sterk, o God, wat Gij aan ons gewrocht hebt!
30
Om Uws tempels wil te Jeruzalem, zullen U de koningen geschenk toebrengen.
31
Scheld het wild gedierte des riets, de vergadering der stieren met de kalveren der volken; en dien, die zich onderwerpt met stukken zilvers; Hij heeft de volken verstrooid, die lust hebben in oorlogen.
32
Prinselijke gezanten zullen komen uit Egypte; Morenland zal zich haasten zijn handen tot God uit te strekken.
33
Gij koninkrijken der aarde, zingt Gode; psalmzingt den Heere! Sela.
34
Dien, Die daar rijdt in den hemel der hemelen, Die van ouds is; ziet, Hij geeft Zijn stem, een stem der sterkte.
35
Geeft Gode sterkte! Zijn hoogheid is over Israel, en Zijn sterkte in de bovenste wolken.
36
O God! Gij zijt vreselijk uit Uw heiligdommen; de God Israels, Die geeft den volke sterkte en krachten. Geloofd zij God!

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein