Gebed om kracht en onderwerping van de volken
29
Uw God heeft uw sterkte geboden; sterk, o God, wat Gij aan ons gewrocht hebt!
30
Om Uws tempels wil te Jeruzalem, zullen U de koningen geschenk toebrengen.
31
Scheld het wild gedierte des riets, de vergadering der stieren met de kalveren der volken; en dien, die zich onderwerpt met stukken zilvers; Hij heeft de volken verstrooid, die lust hebben in oorlogen.
32
Prinselijke gezanten zullen komen uit Egypte; Morenland zal zich haasten zijn handen tot God uit te strekken.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein