Klaagzang en bede om herstel
3
O God! Gij hadt ons verstoten, Gij hadt ons gescheurd, Gij zijt toornig geweest; keer weder tot ons.
4
Gij hebt het land geschud, Gij hebt het gespleten; genees zijn breuken, want het wankelt.
5
Gij hebt Uw volk een harde zaak doen zien; Gij hebt ons gedrenkt met zwijmelwijn.
6
Maar nu hebt Gij dengenen, die U vrezen, een banier gegeven, om die op te werpen, vanwege de waarheid. Sela.
7
Opdat Uw beminden zouden bevrijd worden; geef heil door Uw rechterhand, en verhoor ons.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein