Psalmen 50:21-22
21
Deze dingen doet gij, en Ik zwijg; gij meent, dat Ik te enenmale ben, gelijk gij; Ik zal u straffen, en zal het ordentelijk voor uw ogen stellen.
22
Verstaat dit toch, gij godvergetenden! opdat Ik niet verscheure en niemand redde.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein