Psalmen 50:16-21
16
Maar tot den goddeloze zegt God: Wat hebt gij Mijn inzettingen te vertellen, en neemt Mijn verbond in uw mond?
17
Dewijl gij de kastijding haat, en Mijn woorden achter u henenwerpt.
18
Indien gij een dief ziet, zo loopt gij met hem; en uw deel is met de overspelers.
19
Uw mond slaat gij in het kwade, en uw tong koppelt bedrog.
20
Gij zit, gij spreekt tegen uw broeder; tegen den zoon uwer moeder geeft gij lastering uit.
21
Deze dingen doet gij, en Ik zwijg; gij meent, dat Ik te enenmale ben, gelijk gij; Ik zal u straffen, en zal het ordentelijk voor uw ogen stellen.
Settings