Psalmen 50:18-20
18
Indien gij een dief ziet, zo loopt gij met hem; en uw deel is met de overspelers.
19
Uw mond slaat gij in het kwade, en uw tong koppelt bedrog.
20
Gij zit, gij spreekt tegen uw broeder; tegen den zoon uwer moeder geeft gij lastering uit.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein