Psalmen 38:8-12
8
Want mijn darmen zijn vol van een verachtelijke plage, en er is niets geheels in mijn vlees.
9
Ik ben verzwakt, en uitermate zeer verbrijzeld; ik brul van het geruis mijns harten.
10
HEERE! voor U is al mijn begeerte; en mijn zuchten is voor U niet verborgen.
11
Mijn hart keert om en om, mijn kracht heeft mij verlaten; en het licht mijner ogen, ook zij zelven zijn niet bij mij.
12
Mijn liefhebbers en mijn vrienden staan van tegenover mijn plage, en mijn nabestaanden staan van verre.
Settings