Psalmen 38:9-14
9
Ik ben verzwakt, en uitermate zeer verbrijzeld; ik brul van het geruis mijns harten.
10
HEERE! voor U is al mijn begeerte; en mijn zuchten is voor U niet verborgen.
11
Mijn hart keert om en om, mijn kracht heeft mij verlaten; en het licht mijner ogen, ook zij zelven zijn niet bij mij.
12
Mijn liefhebbers en mijn vrienden staan van tegenover mijn plage, en mijn nabestaanden staan van verre.
13
En die mijn ziel zoeken, leggen mij strikken; en die mijn kwaad zoeken, spreken verdervingen, en zij overdenken den gansen dag listen.
14
Ik daarentegen ben als een dove, ik hoor niet, en als een stomme, die zijn mond niet opendoet.
Settings