Psalmen 38:15-20
15
Ja, ik ben als een man, die niet hoort, en in wiens mond geen tegenredenen zijn.
16
Want op U, HEERE! hoop ik; Gij zult verhoren, HEERE, mijn God!
17
Want ik zeide: Dat zij zich toch over mij niet verblijden! Wanneer mijn voet zou wankelen, zo zouden zij zich tegen mij groot maken.
18
Want ik ben tot hinken gereed, en mijn smart is steeds voor mij.
19
Want ik maak U mijn ongerechtigheid bekend, ik ben bekommerd vanwege mijn zonde.
20
Maar mijn vijanden zijn levende, worden machtig; en die mij om valse oorzaken haten, worden groot.
Settings