Skip to content
Psalmen 38:1-11

Psalmen 38:1-11

1
Een psalm van David, om te doen gedenken.
2
O HEERE! straf mij niet in Uw groten toorn, en kastijd mij niet in Uw grimmigheid.
3
Want Uw pijlen zijn in mij gedaald, en Uw hand is op mij nedergedaald.
4
Er is niets geheels in mijn vlees, vanwege Uw gramschap; er is geen vrede in mijn beenderen, vanwege mijn zonde.
5
Want mijn ongerechtigheden gaan over mijn hoofd; als een zware last zijn zij mij te zwaar geworden.
6
Mijn etterbuilen stinken, zij zijn vervuild, vanwege mijn dwaasheid.
7
Ik ben krom geworden, ik ben uitermate zeer nedergebogen; ik ga den gansen dag in het zwart.
8
Want mijn darmen zijn vol van een verachtelijke plage, en er is niets geheels in mijn vlees.
9
Ik ben verzwakt, en uitermate zeer verbrijzeld; ik brul van het geruis mijns harten.
10
HEERE! voor U is al mijn begeerte; en mijn zuchten is voor U niet verborgen.
11
Mijn hart keert om en om, mijn kracht heeft mij verlaten; en het licht mijner ogen, ook zij zelven zijn niet bij mij.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options