3
Wat zal U de bedriegelijke tong geven, of wat zal zij U toevoegen?
4
Scherpe pijlen eens machtigen, mitsgaders gloeiende jeneverkolen.
5
O, wee mij, dat ik een vreemdeling ben in Mesech, dat ik in de tenten Kedars wone.
6
Mijn ziel heeft lang gewoond bij degenen, die den vrede haten.