Klagen over ballingschap te midden van vijandigen
5
O, wee mij, dat ik een vreemdeling ben in Mesech, dat ik in de tenten Kedars wone.
6
Mijn ziel heeft lang gewoond bij degenen, die den vrede haten.
7
Ik ben vreedzaam; maar als ik spreek, zijn zij aan den oorlog.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein