Psalmen 120
Een roep om verlossing 1–2
1
Een lied op Hammaaloth. Ik heb tot den HEERE geroepen in mijn benauwdheid, en Hij heeft mij verhoord.
2
O HEERE! red mijn ziel van de valse lippen, van de bedriegelijke tong.
Het lot van de bedrieglijken 3–4
3
Wat zal U de bedriegelijke tong geven, of wat zal zij U toevoegen?
4
Scherpe pijlen eens machtigen, mitsgaders gloeiende jeneverkolen.
Klagen over ballingschap te midden van vijandigen 5–7
5
O, wee mij, dat ik een vreemdeling ben in Mesech, dat ik in de tenten Kedars wone.
6
Mijn ziel heeft lang gewoond bij degenen, die den vrede haten.
7
Ik ben vreedzaam; maar als ik spreek, zijn zij aan den oorlog.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein
Study note