Skip to content
Psalmen 119:160-176

Psalmen 119:160-176

160
Het begin Uws woords is waarheid, en in der eeuwigheid is al het recht Uwer gerechtigheid.
161
Schin. De vorsten hebben mij vervolgd zonder oorzaak; maar mijn hart heeft gevreesd voor Uw woord.
162
Ik ben vrolijk over Uw toezegging, als een, die een groten buit vindt.
163
Ik haat de valsheid, en heb er een gruwel van; maar Uw wet heb ik lief.
164
Ik loof U zeven maal des daags, over de rechten Uwer gerechtigheid.
165
Die Uw wet beminnen, hebben groten vrede, en zij hebben geen aanstoot.
166
O HEERE! ik hoop op Uw heil, en doe Uw geboden.
167
Mijn ziel onderhoudt Uw getuigenissen, en ik heb ze zeer lief.
168
Ik onderhoud Uw bevelen en Uw getuigenissen, want al mijn wegen zijn voor U.
169
Thau. O HEERE! laat mijn geschrei voor Uw aanschijn genaken, maak mij verstandig naar Uw woord.
170
Laat mijn smeken voor Uw aanschijn komen, red mij naar Uw toezegging.
171
Mijn lippen zullen Uw lof overvloediglijk uitstorten, als Gij mij Uw inzettingen zult geleerd hebben.
172
Mijn tong zal spraak houden van Uw rede, want al Uw geboden zijn rechtvaardigheid.
173
Laat Uw hand mij te hulp komen, want ik heb Uw bevelen verkoren.
174
O HEERE! ik verlang naar Uw heil, en Uw wet is al mijn vermaking.
175
Laat mijn ziel leven, en zij zal U loven, en laat Uw rechten mij helpen.
176
Ik heb gedwaald als een verloren schaap; zoek Uw knecht, want Uw geboden heb ik niet vergeten.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein