Gebed om verlossing en vertrouwen in de overwinning
7
Opdat Uw beminden bevrijd worden; geef heil door Uw rechterhand, en verhoor ons.
8
God heeft gesproken in Zijn heiligdom, dies zal ik van vreugde opspringen; ik zal Sichem delen, en het dal van Sukkoth zal ik afmeten.
9
Gilead is mijn, Manasse is mijn, en Efraim is de sterkte mijns hoofds; Juda is mijn wetgever.
10
Moab is mijn waspot; op Edom zal ik mijn schoen werpen; over Palestina zal ik juichen.
11
Wie zal mij voeren in een vaste stad? Wie zal mij leiden tot in Edom?
12
Zult Gij het niet zijn, o God! Die ons verstoten hadt, en Die niet uittoogt, o God! met onze heirkrachten?
13
Geef Gij ons hulp uit de benauwdheid; want des mensen heil is ijdelheid.
14
In God zullen wij kloeke daden doen, en Hij zal onze wederpartijders vertreden.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein