Skip to content
Mattheüs 26:37-38

Mattheüs 26:37-38

37
En met Zich nemende Petrus, en de twee zonen van Zebedeus, begon Hij droevig en zeer beangst te worden.
38
Toen zeide Hij tot hen: Mijn ziel is geheel bedroefd tot den dood toe; blijft hier en waakt met Mij.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein