Skip to content
Mattheüs 22:34-37

Mattheüs 22:34-37

34
En de Farizeen, gehoord hebbende, dat Hij de Sadduceen den mond gestopt had, zijn te zamen bijeenvergaderd.
35
En een uit hen, zijnde een Wetgeleerde, heeft gevraagd, Hem verzoekende, en zeggende:
36
Meester! welk is het grote gebod in de wet?
37
En Jezus zeide tot hem: Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein