- English
- King James KJV
- Complete Jewish CJB
- World English WEBM
- Berean Standard BSB
- American Standard ASV
- Geneva GNV
- Young's Literal YLT
- Douay-Rheims DRC
- International
- Shqip ALB
- العربية SVD
- বাংলা BN-IRV
- မြန်မာ Judson
- 简体文 CUV-S
- 繁體中文 CUV-T
- Čeština BKR
- Nederlands STVE
- Français LSG
- Deutsch SCH
- Ελληνικά Vamvas
- ગુજરાતી GU-IRV
- Hausa HCB
- עברית Hebrew
- हिन्दी HCV
- Magyar KAROLI
- Bahasa Indonesia INDO-TB
- Italiano Diodati
- 日本語 Kougo
- 한국어 Korean
- മലയാളം MAL
- मराठी MRCV
- Norsk DNB
- فارسی OPV
- Polski BG
- Português Almeida
- Română Cornilescu
- Русский Synodal
- Español RVG
- Kiswahili Neno
- Svenska SV1917
- Tagalog TAG-ADB
- தமிழ் TCV
- తెలుగు TSA
- ภาษาไทย THAI-KJV
- Українська Ohienko
- Tiếng Việt CADMAN
- Yorùbá YCB
Koningen ten westen van de Jordaan verslagen
Jozua 12:7-23
7
Dit nu zijn de koningen des lands, die Jozua sloeg, en de kinderen Israels, aan deze zijde van de Jordaan tegen het westen, van Baal-Gad aan, in het dal van den Libanon, en tot aan den kalen berg, die naar Seir opgaat; en Jozua gaf het aan de stammen Israels tot een erfelijke bezitting, naar hun afdelingen.
8
Wat op het gebergte, en in de laagte, en in het vlakke veld, en in de aflopingen der wateren, en in de woestijn, en tegen het zuiden was: de Hethieten, de Amorieten, en Kanaanieten, de Ferezieten, de Hevieten, en de Jebusieten.
9
De koning van Jericho, een; de koning van Ai, die ter zijde van Beth-El is, een;
10
De koning van Jeruzalem, een; de koning van Hebron, een;
11
De koning van Jarmuth, een; de koning van Lachis, een;
12
De koning van Eglon, een; de koning Gezer, een;
13
De koning van Debir, een; de koning van Geder, een;
14
De koning van Horma, een; de koning van Harad, een;
15
De koning van Libna, een; de koning van Adullam, een;
16
De koning van Makkeda, een; de koning van Beth-El, een;
17
De koning van Tappuah, een; de koning van Hefer, een;
18
De koning van Afek, een; de koning van Lassaron, een;
19
De koning van Madon, een; de koning van Hazor, een;
20
De koning van Simron-Meron, een; de koning van Achsaf, een;
21
De koning van Taanach, een; de koning van Megiddo, een;
22
De koning van Kedes, een; de koning van Jokneam, aan den Karmel, een;
23
De koning van Dor, tot Nafath-Dor, een; de koning der heidenen te Gilgal, een;
Settings