Vers 24 wordt getoond met de omringende context.
21
De koning van Taanach, een; de koning van Megiddo, een;
22
De koning van Kedes, een; de koning van Jokneam, aan den Karmel, een;
23
De koning van Dor, tot Nafath-Dor, een; de koning der heidenen te Gilgal, een;
24
De koning van Thirza, een. Al deze koningen zijn een en dertig.