Job 6:1-7
1
Maar Job antwoordde en zeide:
2
Och, of mijn verdriet recht gewogen wierd, en men mijn ellende samen in een weegschaal ophief!
3
Want het zou nu zwaarder zijn dan het zand der zeeen; daarom worden mijn woorden opgezwolgen.
4
Want de pijlen des Almachtigen zijn in mij, welker vurig venijn mijn geest uitdrinkt; de verschrikkingen Gods rusten zich tegen mij.
5
Rochelt ook de woudezel bij het jonge gras? Loeit de os bij zijn voeder?
6
Wordt ook het onsmakelijke gegeten zonder zout? Is er smaak in het witte des dooiers?
7
Mijn ziel weigert uw woorden aan te roeren; die zijn als mijn laffe spijze.
Settings