Job 31:29-30
29
Zo ik verblijd ben geweest in de verdrukking mijns haters, en mij opgewekt heb, als het kwaad hem vond;
30
(Ook heb ik mijn gehemelte niet toegelaten te zondigen, mits door een vloek zijn ziel te begeren).
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein