Skip to content
Job 31:24-28

Job 31:24-28

24
Zo ik het goud tot mijn hoop gezet heb, of tot het fijn goud gezegd heb: Gij zijt mijn vertrouwen;
25
Zo ik blijde ben geweest, omdat mijn vermogen groot was, en omdat mijn hand geweldig veel verkregen had;
26
Zo ik het licht aangezien heb, wanneer het scheen, of de maan heerlijk voortgaande;
27
En mijn hart verlokt is geweest in het verborgen, dat mijn hand mijn mond gekust heeft;
28
Dat ware ook een misdaad bij den rechter; want ik zou den God van boven verzaakt hebben.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options