Skip to content
Job 31:29-32

Job 31:29-32

29
Zo ik verblijd ben geweest in de verdrukking mijns haters, en mij opgewekt heb, als het kwaad hem vond;
30
(Ook heb ik mijn gehemelte niet toegelaten te zondigen, mits door een vloek zijn ziel te begeren).
31
Zo de lieden mijner tent niet hebben gezegd: Och, of wij van zijn vlees hadden, wij zouden niet verzadigd worden;
32
De vreemdeling overnachtte niet op de straat; mijn deuren opende ik naar den weg;
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options