Job 31:16-22
16
Zo ik den armen hun begeerte onthouden heb, of de ogen der weduwe laten versmachten;
17
En mijn bete alleen gegeten heb, zodat de wees daarvan niet gegeten heeft;
18
(Want van mijn jonkheid af is hij bij mij opgetogen, als bij een vader, en van mijner moeders buik af heb ik haar geleid;)
19
Zo ik iemand heb zien omkomen, omdat hij zonder kleding was, en dat de nooddruftige geen deksel had;
20
Zo zijn lenden mij niet gezegend hebben, toen hij van de vellen mijner lammeren verwarmd werd;
21
Zo ik mijn hand tegen den wees bewogen heb, omdat ik in de poort mijn hulp zag;
22
Mijn schouder valle van het schouderbeen, en mijn arm breke van zijn pijp af!
Settings