Job 30:1-2
1
Maar nu lachen over mij minderen dan ik van dagen, welker vaderen ik versmaad zou hebben, om bij de honden mijner kudde te stellen.
2
Waartoe zou mij ook geweest zijn de krachten hunner handen? Zij was door ouderdom in hen vergaan.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein