Skip to content
Job 29:21-25

Job 29:21-25

21
Zij hoorden mij aan, en wachtten, en zwegen op mijn raad.
22
Na mijn woord spraken zij niet weder, en mijn rede drupte op hen.
23
Want zij wachtten naar mij, gelijk naar den regen, en sperden hun mond open, als naar den spaden regen.
24
Lachte ik hun toe, zij geloofden het niet; en het licht mijns aangezichts deden zij niet nedervallen.
25
Verkoos ik hun weg, zo zat ik bovenaan, en woonde als een koning onder de benden, als een, die treurigen vertroost.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options