Job 29:24-25
24
Lachte ik hun toe, zij geloofden het niet; en het licht mijns aangezichts deden zij niet nedervallen.
25
Verkoos ik hun weg, zo zat ik bovenaan, en woonde als een koning onder de benden, als een, die treurigen vertroost.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein