Skip to content
Jeremia 8:18-9:1

Jeremia's rouw over zijn volk

Jeremia 8:18-9:1
18
Mijn verkwikking is in droefenis; mijn hart is flauw in mij.
19
Ziet, de stem van het geschrei der dochteren mijns volks is uit zeer verren lande: Is dan de HEERE niet te Sion, is haar koning niet bij haar? Waarom hebben zij Mij vertoornd met hun gesneden beelden, met ijdelheden der vreemden?
20
De oogst is voorbijgaande, de zomer is ten einde; nog zijn wij niet verlost.
21
Ik ben gebroken vanwege de breuk der dochter mijns volks; ik ga in het zwart, ontzetting heeft mij aangegrepen.
22
Is er geen balsem in Gilead? Is er geen heelmeester aldaar? Want waarom is de gezondheid der dochter mijns volks niet gerezen?
9:1
Och, dat mijn hoofd water ware, en mijn oog een springader van tranen! zo zou ik dag en nacht bewenen de verslagenen van de dochter mijns volks.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein