Skip to content
Hosea 1:2-3

Hosea 1:2-3

2
Het begin van het woord des HEEREN door Hosea. De HEERE dan zeide tot Hosea: Ga henen, neem u een vrouw der hoererijen, en kinderen der hoererijen; want het land hoereert ganselijk van achter den HEERE.
3
Zo ging hij henen, en nam Gomer, een dochter van Diblaim; en zij ontving; en baarde hem een zoon.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein