Skip to content
Genesis 33:5-7

Genesis 33:5-7

5
Daarna hief hij zijn ogen op, en zag die vrouwen en die kinderen, en zeide: Wie zijn deze bij u? En hij zeide: De kinderen, die God aan uw knecht genadiglijk verleend heeft.
6
Toen traden de dienstmaagden toe, zij en haar kinderen, en zij bogen zich neder.
7
En Lea trad ook toe, met haar kinderen, en zij bogen zich neder; en daarna trad Jozef toe en Rachel, en zij bogen zich neder.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein