Skip to content
Genesis 33:12-16

Genesis 33:12-16

12
En hij zeide: Laat ons reizen en voorttrekken; en ik zal voor u trekken.
13
Maar hij zeide tot hem: Mijn heer weet, dat deze kinderen teder zijn, en dat ik zogende schapen en koeien bij mij heb; indien men dezelve maar een dag afdrijft, zo zal de gehele kudde sterven.
14
Mijn heer trekke toch voorbij, voor het aangezicht van zijn knecht; en ik zal mij op mijn gemak als leidsman voegen, naar den gang van het werk, hetwelk voor mijn aangezicht is, en naar den gang dezer kinderen, totdat ik bij mijn heer te Seir kome.
15
En Ezau zeide: Laat mij toch van dit volk, dat met mij is, u bijstellen. En hij zeide: Waartoe dat? laat mij genade vinden in mijns heren ogen!
16
Alzo keerde Ezau dien dag wederom zijns weegs naar Seir toe.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options