Genesis 24:57-60
57
Toen zeiden zij: Laat ons de jonge dochter roepen, en haar mond vragen.
58
En zij riepen Rebekka, en zeiden tot haar: Zult gij met deze man trekken? En zij antwoordde: Ik zal trekken.
59
Toen lieten zij Rebekka, hun zuster, en haar voedster trekken, mitsgaders Abrahams knecht en zijn mannen.
60
En zij zegenden Rebekka, en zeiden tot haar: O, onze zuster! wordt gij tot duizenden millioenen, en uw zaad bezitte de poort zijner haters!
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein