Skip to content
Genesis 10:11-24

Genesis 10:11-24

11
Uit ditzelve land is Assur uitgegaan, en heeft gebouwd Nineve, en Rehoboth, Ir, en Kalach.
12
En Resen, tussen Nineve en tussen Kalach; deze is die grote stad.
13
En Mitsraim gewon de Ludieten, en de Anamieten, en de Lehabieten, en de Naftuchieten,
14
En de Pathrusieten, en de Casluchieten, van waar de Filistijnen uitgekomen zijn, en de Caftorieten.
15
En Kanaan gewon Sidon, zijn eerstgeborene, en Heth,
16
En de Jesubiet, en de Amoriet, en de Girgasiet,
17
En de Hivviet, en de Arkiet, en de Siniet,
18
En de Arvadiet, en de Tsemariet, en de Hamathiet; en daarna zijn de huisgezinnen der Kanaanieten verspreid.
19
En de landpale der Kanaanieten was van Sidon, daar gij gaat naar Gerar tot Gaza toe; daar gij gaat naar Sodom en Gomorra, en Adama, en Zoboim, tot Lasa toe.
20
Deze zijn zonen van Cham, naar hun huisgezinnen, naar hun spraken, in hun landschappen, in hun volken.
21
Voorts zijn Sem zonen geboren; dezelve is ook de vader aller zonen van Heber, broeder van Jafeth, den grootste.
22
Sems zonen waren Elam, en Assur, en Arfachsad, en Lud, en Aram.
23
En Arams zonen waren Uz, en Hul, en Gether, en Maz.
24
En Arfachsad gewon Selah, en Selah gewon Heber.
Settings

Reading style

Typeface

Font size 19px

Reading width 75 chars

Options