Skip to content
Ezra 2:43-58

Ezra 2:43-58

43
De Nethinim. De kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaoth;
44
De kinderen van Keros, de kinderen van Siaha, de kinderen van Padon;
45
De kinderen van Lebana, de kinderen van Hagaba, de kinderen van Akkub;
46
De kinderen van Hagab, de kinderen van Samlai, de kinderen van Hanan;
47
De kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar, de kinderen van Reaja;
48
De kinderen van Rezin, de kinderen van Nekoda, de kinderen van Gazzam;
49
De kinderen van Uza, de zonen van Paeah, de kinderen van Bezai;
50
De kinderen van Asna, de kinderen der Mehunim, de kinderen der Nefusim;
51
De kinderen van Bakbuk, de kinderen van Hakufa, de kinderen van Harhur;
52
De kinderen van Bazluth, de kinderen van Mehida, de kinderen van Harsa;
53
De kinderen van Barkos, de kinderen van Sisera, de kinderen van Thamah;
54
De kinderen van Neziah, de kinderen van Hatifa.
55
De kinderen der knechten van Salomo. De kinderen van Sotai, de kinderen van Sofereth, de kinderen van Peruda;
56
De kinderen van Jaala, de kinderen van Darkon, de kinderen van Giddel;
57
De kinderen van Sefatja, de kinderen van Hattil, de kinderen van Pocheret-Hazebaim, de kinderen van Ami.
58
Al de Nethinim, en de kinderen der knechten van Salomo, waren driehonderd twee en negentig.
Settings

Reading Style

Typeface

Font Size 19px

Options