1 Thessalonicenzen 5:4-8
4
Maar gij, broeders, gij zijt niet in duisternis, dat u die dag als een dief zou bevangen.
5
Gij zijt allen kinderen des lichts, en kinderen des daags; wij zijn niet des nachts, noch der duisternis.
6
Zo laat ons dan niet slapen, gelijk als de anderen, maar laat ons waken, en nuchteren zijn.
7
Want die slapen, slapen des nachts, en die dronken zijn, zijn des nachts dronken;
8
Maar wij, die des daags zijn, laat ons nuchteren zijn, aangedaan hebbende het borstwapen des geloofs en der liefde, en tot een helm, de hoop der zaligheid.
Settings