Een oproep om waardig te wandelen en God te behagen
1
Voorts dan, broeders, wij bidden en vermanen u in den Heere Jezus, gelijk gij van ons ontvangen hebt, hoe gij moet wandelen en Gode behagen, dat gij daarin meer overvloedig wordt.
2
Want gij weet, wat bevelen wij u gegeven hebben door den Heere Jezus.
3
Want dit is de wil van God, uw heiligmaking: dat gij u onthoudt van de hoererij;
4
Dat een iegelijk van u wete zijn vat te bezitten in heiligmaking en eer;
5
Niet in kwade beweging der begeerlijkheid, gelijk als de heidenen, die God niet kennen.
6
Dat niemand zijn broeder vertrede, noch bedriege in zijn handeling; want de Heere is een wreker over dit alles, gelijk wij u ook te voren gezegd en betuigd hebben.
7
Want God heeft ons niet geroepen tot onreinigheid, maar tot heiligmaking.
8
Zo dan die dit verwerpt, die verwerpt geen mens, maar God, Die ook Zijn Heiligen Geest in ons heeft gegeven.
Settings