Skip to content
1 Kronieken 4:28-33

1 Kronieken 4:28-33

28
En zij woonden te Ber-seba, en te Molada, en te Hazar-Sual,
29
En te Bilha, en te Ezem, en te Tholad,
30
En te Bethuel, en te Horma, en te Ziklag,
31
En te Beth-markaboth, en te Hazar-Susim, en te Beth-Biri, en te Saaraim. Dit waren hun steden, totdat David koning werd.
32
En hun dorpen waren Etam en Ain, Rimmon en Tochen, en Asan; vijf steden.
33
En al haar dorpen, die in den omloop dezer steden waren, tot Baal toe. Dit zijn hun woningen en hun geslachtsrekening voor hen.
Settings

Reading style

Typeface

Font size 19px

Reading width 75 chars

Options