Naar de inhoud

Bijbelverzen over Enemy: The wickedness of David's enemy

7 verzen · 2 aspecten

Verzen over The wickedness of David's enemy

  1. Want de mond des goddelozen en de mond des bedrogs zijn tegen mij opengedaan; zij hebben met mij gesproken met een valse tong.

  2. En met hatelijke woorden hebben zij mij omsingeld; ja, zij hebben mij bestreden zonder oorzaak.

  3. Voor mijn liefde, staan zij mij tegen; maar ik was steeds in het gebed.

  4. En zij hebben mij kwaad voor goed opgelegd, en haat voor mijn liefde.

  5. Een lied Hammaaloth. Zij hebben mij dikwijls benauwd van mijn jeugd af, zegge nu Israel;

  6. Zij hebben mij dikwijls van mijn jeugd af benauwd; evenwel hebben zij mij niet overmocht.

  7. Ploegers hebben op mijn rug geploegd; zij hebben hun voren lang getogen.