Skip to content

Salt

5 verses

31.0800, 35.3800 Bekijk op Google Maps

Verzen die Salt noemen

  1. Ook maakte zich David een naam, als hij wederkwam, nadat hij de Syriers geslagen had, in het Zoutdal, achttien duizend.

  2. Hij sloeg de Edomieten in het Zoutdal tien duizend, en nam Sela in met krijg, en noemde haar naam Jokteel, tot op dezen dag.

  3. Ook sloeg Abisai, de zoon van Zeruja, de Edomieten in het Zoutdal, achttien duizend.

  4. Amazia nu sterkte zich, en leidde zijn volk uit, en toog in het Zoutdal, en sloeg van de kinderen van Seir tien duizend.

  5. Een gouden kleinood van David tot lering, voor den opperzangmeester, op Schusan Eduth;