Naar de inhoud

God

11,427 verzen · 2 familieleden

Verzen die God noemen

Filter op boek
  1. Hij heeft mijn kracht op den weg ter nedergedrukt; mijn dagen heeft Hij verkort.

  2. Ik zeide: Mijn God! neem mij niet weg in het midden mijner dagen; Uw jaren zijn van geslacht tot geslacht.

  3. Gij hebt voormaals de aarde gegrond, en de hemelen zijn het werk Uwer handen;

  4. Die zullen vergaan, maar Gij zult staande blijven; en zij alle zullen als een kleed verouden; Gij zult ze veranderen als een gewaad, en zij zullen veranderd zijn.

  5. Maar Gij zijt Dezelfde, en Uw jaren zullen niet geeindigd worden. [ (Psalms 102:29) De kinderen Uwer knechten zullen wonen, en hun zaad zal voor Uw aangezicht bevestigd worden. ]

  6. Een psalm van David. Loof den HEERE, mijn ziel, en al wat binnen in mij is, Zijn heiligen Naam.

  7. Loof den HEERE, mijn ziel, en vergeet geen van Zijn weldaden;

  8. De HEERE doet gerechtigheid en gerichten al dengenen, die onderdrukt worden.

  9. Hij heeft Mozes Zijn wegen bekend gemaakt, den kinderen Israels Zijn daden.

  10. Barmhartig en genadig is de HEERE, lankmoedig en groot van goedertierenheid.

  11. Hij zal niet altoos twisten, noch eeuwiglijk den toorn behouden.

  12. Want zo hoog de hemel is boven de aarde, is Zijn goedertierenheid geweldig over degenen, die Hem vrezen.

  13. Zo ver het oosten is van het westen, zo ver doet Hij onze overtredingen van ons.

  14. Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de HEERE over degenen, die Hem vrezen.

  15. Want Hij weet, wat maaksel wij zijn, gedachtig zijnde, dat wij stof zijn.

  16. Maar de goedertierenheid des HEEREN is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over degenen, die Hem vrezen, en Zijn gerechtigheid aan kindskinderen;

  17. Aan degenen, die Zijn verbond houden, en die aan Zijn bevelen denken, om die te doen.

  18. De HEERE heeft Zijn troon in de hemelen bevestigd, en Zijn Koninkrijk heerst over alles.

  19. Looft den HEERE, Zijn engelen! gij krachtige helden, die Zijn woord doet, gehoorzamende de stem Zijns woords.

  20. Looft den HEERE, al Zijn heirscharen! gij Zijn dienaars, die Zijn welbehagen doet!

  21. Looft den HEERE, al Zijn werken! aan alle plaatsen Zijner heerschappij. Loof den HEERE, mijn ziel!

  22. Loof den HEERE, mijn ziel! O HEERE, mijn God! Gij zijt zeer groot, Gij zijt bekleed met majesteit en heerlijkheid.

  23. Hij bedekt Zich met het licht, als met een kleed; Hij rekt den hemel uit als een gordijn.

  24. Die Zijn opperzalen zoldert in de wateren, Die van de wolken Zijn wagen maakt, Die op de vleugelen des winds wandelt.

  25. Hij maakt Zijn engelen geesten, Zijn dienaars tot een vlammend vuur.