Skip to content

Psalmen 130

Een roep uit de diepten 1–2

1
Een lied Hammaaloth. Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE!
2
HEERE! hoor naar mijn stem; laat Uw oren opmerkende zijn op de stem mijner smekingen.

Vergeving is de grond van de hoop 3–4

3
Zo Gij, HEERE! de ongerechtigheden gadeslaat; HEERE! wie zal bestaan?
4
Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt.

Geduldig wachten op Gods Woord 5–6

5
Ik verwacht den HEERE; mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn Woord.
6
Mijn ziel wacht op den HEERE, meer dan de wachters op den morgen; de wachters op den morgen.

Hoop en verlossing voor Israel 7–8

7
Israel hope op den HEERE; want bij den HEERE is goedertierenheid, en bij Hem is veel verlossing.
8
En Hij zal Israel verlossen van al zijn ongerechtigheden.

Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein