Psalmen 123
De ogen omhoog naar de HEERE in de hemel 1–2
1
Een lied op Hammaaloth. Ik hef mijn ogen op tot U, Die in de hemelen zit.
2
Zie, gelijk de ogen der knechten zijn op de hand hunner heren; gelijk de ogen der dienstmaagd zijn op de hand harer vrouw; alzo zijn onze ogen op den HEERE, onze God, totdat Hij ons genadig zij.
Een gebed om barmhartigheid te midden van verachting 3–4
3
Zijt ons genadig, o HEERE! zijt ons genadig, want wij zijn der verachting veel te zat.
4
Onze ziel is veel te zat des spots der weelderigen, der verachting der hovaardigen.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein
Study note