Job 25
Gods volstrekte heerschappij 1–3
1
Toen antwoordde Bildad, de Suhiet, en zeide:
2
Heerschappij en vreze zijn bij Hem, Hij maakt vrede in Zijn hoogten.
3
Is er een getal Zijner benden? En over wien staat Zijn licht niet op?
De onreinheid van de mensheid 4–6
4
Hoe zou dan een mens rechtvaardig zijn bij God, en hoe zou hij zuiver zijn, die van een vrouw geboren is?
5
Zie, tot de maan toe, en zij zal geen schijnsel geven; en de sterren zijn niet zuiver in Zijn ogen.
6
Hoeveel te min de mens, die een made is, en des mensen kind, die een worm is!
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein
Study note