Skip to content
Psalmen 88:8-16

Psalmen 88:8-16

8
Uw grimmigheid ligt op mij; Gij hebt mij nedergedrukt met al Uw baren. Sela.
9
Mijn bekenden hebt Gij verre van mij gedaan, Gij hebt mij hun tot een groten gruwel gesteld; ik ben besloten, en kan niet uitkomen.
10
Mijn oog treurt vanwege verdrukking; HEERE! ik roep tot U den gansen dag; ik strek mijn handen uit tot U.
11
Zult Gij wonder doen aan de doden? Of zullen de overledenen opstaan, zullen zij U loven? Sela.
12
Zal Uw goedertierenheid in het graf verteld worden, Uw getrouwheid in het verderf?
13
Zullen Uw wonderen bekend worden in de duisternis, en Uw gerechtigheid in het land der vergetelheid?
14
Maar ik, HEERE! roep tot U, en mijn gebed komt U voor in den morgenstond.
15
HEERE! waarom verstoot Gij mijn ziel, en verbergt Uw aanschijn voor mij?
16
Van der jeugd aan ben ik bedrukt en doodbrakende; ik draag Uw vervaarnissen, ik ben twijfelmoedig.
Settings

Reading style

Typeface

Font size 19px

Reading width 75 chars

Options