Psalmen 77:5-9
5
Gij hieldt mijn ogen wakende; ik was verslagen, en sprak niet.
6
Ik overdacht de dagen van ouds, de jaren der eeuwen.
7
Ik dacht aan mijn snarenspel; in den nacht overlegde ik in mijn hart, en mijn geest onderzocht:
8
Zal dan de Heere in eeuwigheden verstoten, en voortaan niet meer goedgunstig zijn?
9
Houdt Zijn goedertierenheid in eeuwigheid op? Heeft de toezegging een einde, van geslacht tot geslacht?
Settings