Psalmen 76:9-13
9
Gij deedt een oordeel horen uit den hemel; de aarde vreesde en werd stil,
10
Als God opstond ten oordeel, om alle zachtmoedigen der aarde te verlossen. Sela.
11
Want de grimmigheid des mensen zal U loffelijk maken; het overblijfsel der grimmigheden zult Gij opbinden.
12
Doet geloften en betaalt ze den HEERE, uw God, gij allen, die rondom Hem zijt! Laat hen Dien, Die te vrezen is, geschenken brengen;
13
Die den geest der vorsten als druiven afsnijdt; Die den koningen der aarde vreselijk is.
Bijbeltekst: Statenvertaling (eBible "De Heilige Schrift 1917") · Publiek domein